Home » GMOs » Gentech - Achtergrond » For a European referendum about the cultivation of GM-crops

For a European referendum about the cultivation of GM-crops

juli 28, 2005
Geplaatst in: Gentech - Achtergrond | 0

De Nederlandse overheid gebruikt juist Europese regelgeving te pas en te onpas bij de toelating van genetisch gemanipuleerde gewassen om de burger en de volksvertegenwoordiger buitenspel te houden. Biotechnologie is een sector waarin door de Nederlandse overheid groei wordt verwacht, en groei is heilig. Als belangrijke landbouwproducent en met de expertise in Wageningen wil Nederland voor deze 'innovatie' kiezen. Alleen de burger werkte tot dusverre niet mee om de doelprognoses van de overheid te realiseren. Misschien dat het daarom eens tijd wordt voor een referendum over de teelt van gentech-gewassen.

Gentech-gewassen vormen een bedreiging voor duurzame landbouw. De zaadbedrijven beweren dat gentechnologie de gewas-opbrengsten zal verhogen, de voedingswaarde verbeteren en de honger verlichten. Onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek uit alle delen van de wereld (1) laat echter duidelijk zien dat gentech-gewassen deze verwachtingen vaak niet vervullen, dat zij onvermijdelijk omliggende gebieden genetisch vervuilen, super-onkruiden veroorzaken, nooit teruggeroepen kunnen worden en niet kunnen 'coëxisteren' met gewone en biologische landbouw. Desondanks blijft onze regering de onwetenschappelijke claims van de zaadbedrijven steunen. Als zij met haar houding de coëxistentie van gentech-teelt in Nederland doordrukt, raken wij ons recht en onze vrijheid om gentechvrije landbouw en gentechvrij voedsel te kiezen, voorgoed kwijt.

De burger prikt, bewust of intuïtief, wel door de zeepbellen van de industrie heen. Hij vindt echter geen gehoor bij de politiek. Vijf jaar lang gold nog een Europees moratorium voor de toelating van gentech-gewassen, dankzij kritische lidstaten – waaronder niet Nederland. In de besluitvorming over nieuwe vergunningen die er sinds de opheffing van het moratorium is geweest in de Europese Raad, kiezen Veerman en Van Geel echter steeds voor toelating. Daarmee geven zij zich dus geen rekenschap van wat een meerderheid van de Nederlandse burgers vindt. Het Europees parlement heeft wel zijn best gedaan voor de burger en heeft een bewonderenswaardige prestatie geleverd bij de totstandkoming van de nieuwe gentechwetgeving in 2003. Het kon echter niet verhinderen dat deze beide wetten op tal van punten nog steeds de wensen van de industrie reflecteren en veel minder die van de consument. Nieuwe gentech-producten worden op geen enkele manier getoetst aan duurzaam landbouwbeleid. In weerwil van de theatrale wanhoopsuitingen van het bedrijfsleven dat deze wetten haar zo hinderen, rolt de gentech-trein wel degelijk langzaam verder. Het Europarlement heeft het nog voor elkaar gekregen dat de teelt zelf op Europees grondgebied buiten de nieuwe wetten bleef; het schoof deze verantwoordelijkheid naar de lidstaten toe, in de hoop dat de democratie daar beter werkt.

Wat die teelt betreft wenst minister Veerman niet tot wetgeving over te gaan. Hij legt de besluitvorming over gentech-teelt niet bij de Tweede Kamer maar bij 'de sector' en stelt zelfs ook expliciet dat maatschappelijke organisaties zich niet met dit proces moeten bemoeien. Dit heeft in november afgelopen jaar geleid tot afspraken over de gentech-teelt tussen de boerenorganisaties en de zaadindustrie. Consumenten-, natuur- en milieuorganisaties werden hierbuiten gehouden. Wat echter ook opviel, was dat de zaadindustrie zich tot niets verplicht in het convenant: alleen de boerenorganisaties maken onderling afspraken. Het akkoord gaat nadrukkelijk alleen over de teeltfase en sluit het traject daarvóór (zaadhandel en import) en daarná uit. Waarom zat Plantum, de branchevereniging van de zaadindustrie, er dan bij? De boerenorganisaties waren Biologica, het kleine Platform Aarde Boer Consument en het grote LTO. De mening van de eerste twee was duidelijk: zij zien liever helemaal geen gentech op het land. Maar de mening van de LTO is bijzonder onduidelijk: zij verlangt alleen maar dat er voldoende draagvlak, veiligheid en keuzevrijheid is, maar laat zich er niet over uit of hieraan voldaan wordt. Kortom, onder de boerenorganisaties is er geen duidelijke stem vóór gentech-teelt. De indruk rijst dan ook, dat de zaadindustrie alleen aan tafel genodigd was om de boeren onder druk te zetten. Veerman glunderde met het convenant: nu ziet Europa hoezeer hij deze ´innovatieve´ technologie ondersteunt. Dat is inderdaad een feit.

Het maatschappelijk draagvlak had leidend moeten zijn voor de uitkomst van het teeltoverleg. De Nederlandse burger heeft nooit om gentech-voedsel gevraagd en ziet er de zin niet van in. Het komt er nu op aan wat de Tweede Kamer doet: op 16 juni buigt zij zich in een Algemeen Overleg over het convenant. Een mooie test of de Nederlandse democratie beter werkt dan de Europese.

Waar gaat het bij de regelgeving voor de teelt precies om?    
Het gaat hierbij om registratieplicht, strikte controle, voorlichting aan boeren en consumenten, maar vooral om afstemming tussen telers. Als een boer gentech-gewassen wil telen, moet hij dat in goed overleg met zijn buren doen. De bekendste punten daarbij zijn bufferzones tussen de akkers en regels voor aansprakelijkheid in het geval de kunstmatige genen in het gewas van de buurman terechtkomen. Dit is belangrijk voor de producten die als gentechvrij verkocht worden, waaronder de biologische producten. (In de biologische teelt is genetische manipulatie niet toegestaan.) Nu is het technisch mogelijk om 0.005% genetische vervuiling te detecteren. Ter illustratie: wanneer een maïskolf 400 korrels bevat en de mais voor 0.005% bevrucht is met gentech-stuifmeel, dan zal gemiddeld 1 op de 50 kolven een gentech-maïskorrel bevatten. Bij 0.1% bestuiving is het al 33% van de kolven die één of meer gentech-korrels zal bevatten. De breedte van de bufferzones zoals door de sector afgesproken, gaat uit van een norm van 0.9% vervuiling, welke gelijk is aan de Europese etiketteringsnorm voor producten in de winkel. Voor zaaigoed en gewassen dienen echter veel strengere normen te gelden dan voor producten in de winkelschappen: bij 0.9% bestuiving zal maar liefst 97% van de kolven één of meerdere gentech-korrels bevatten. Dit kan men geen enkele consument als 'gentech-vrij' verkopen. Het is bovendien een overtreding van de Europese wet: de norm van 0.9% voor producten in de winkel geldt immers voor 'onbedoelde en technisch niet te vermijden besmetting'. Als deze norm in de breedte van een bufferzone vertaald wordt, is hier geen sprake meer van: dan is de besmetting bewust toegelaten. De bufferzones hebben dus een illegale basis.

De gentech-teler moet naar onze mening alle betrokkenen in de nabije omgeving inlichten, naast de registratieplicht bij de overheid. De mogelijkheid moet er zijn voor direct betrokkenen om bezwaar te maken tegen de teeltplannen. Dit geldt niet alleen voor akkerbouwers en tuinders met een ondernemersbelang, maar ook voor burgers en organisaties die een maatschappelijk belang vertegenwoordigen.

En wie moet er betalen als de oogst, ondanks de (deels illegale) afspraken, toch niet als gentechvrij of zelfs als biologisch kan worden verkocht? Volgens het convenant moet er een schadefonds komen waar "alle ketenpartijen en de overheid aan bijdragen". Biologica interpreteert dit zo dat zij alleen het opzetten van het fonds steunt, maar niet meebetaalt aan de uitkeringen. De LTO is kennelijk wel bereid om ook dat deel van haar leden dat geen behoefte heeft aan gentech, te laten meebetalen aan de uitkeringen. Naar onze mening zijn slechts de gentech-teler en de betrokken zaadleverancier te allen tijde aansprakelijk voor het ontstaan van genetische vervuiling en moeten zij de kosten voor onderzoek ter vaststelling van vervuiling dragen. Wij achten het niet acceptabel dat de belastingbetaler en de gentechvrij telende boer (biologisch of niet) moeten meebetalen aan de maatregelen die nodig zijn om de teelt van gentech-gewassen in Nederland mogelijk te maken, terwijl diezelfde belastingbetaler hier niet om gevraagd heeft en in meerderheid gentech-gewassen onwenselijk vindt. (De mening van de Nederlandse boeren is nog een interessante onbekende factor.) Een eventueel schadefonds moet naast economische schade ook schade aan gezondheid, natuur en milieu dekken. De producenten van gentech-gewassen moeten dit schadefonds vullen.

In grote delen van Europa lijken de lokale en regionale bestuurslagen zich inmiddels bewust van de heersende opinie over gentech-gewassen bij de burger. Inmiddels hebben vele Europese regio's zich tot gentech-vrije zone benoemd. Dit geldt voor heel Griekenland, voor 80% van de regio's in Italië, voor grofweg een kwart van Groot Brittanië en vrijwel alle grote landbouwregio's van Frankrijk. Ook zijn in Duitsland, Denemarken en Oostenrijk al nationale wetgevingen van kracht voor de teelt van gentechgewassen waarbij strenge randvoorwaarden zijn gesteld. Zweden, Italië, Spanje en Frankrijk hebben deze in de maak. Het is de Tweede Kamer die aan haar wetgevende taak moet voldoen en wetten dient te maken die in lijn zijn met de Europese richtlijnen over coëxistentie. Daarbij moet zij rekening houden met een algemeen maatschappelijk belang van de Nederlandse consument en burger, en de risico's voor gezondheid, milieu en genetische vervuiling tot het uiterst mogelijke minimaliseren door het principe van voorzorg te hanteren.

(1) Independent Science Panel, www.indsp.org

Pieter Jansen en Diederick Sprangers

Pieter Jansen coördineert de Nederlandse Gentech coalitie met daarin de volgende maatschappelijke organisaties: A SEED Europe, Both ENDS, Christelijk Ecologisch Netwerk, Dierenbescherming, Friends of the Earth Europe, Goede Waar & Co, Greenpeace, Hivos, Milieudefensie, Nederlands Platform Gentechnologie, Wemos en XminY.
Diederick Sprangers werkt als onderzoeker bij consumentenvereniging Goede Waar & Co.