Home » Voedselsoevereiniteit » Voedselsoevereiniteit - Materialen » ‘Het is tijd voor voedselsoevereiniteit’ (brochure)

‘Het is tijd voor voedselsoevereiniteit’ (brochure)

juni 13, 2012

opwegnaarvoedselsoevereiniteit-200Eten is hot. Steeds meer mensen willen weten waar hun eten vandaan komt en hoe het wordt geproduceerd. Kleinschalige initiatieven om zelf voedsel te produceren of te distribueren winnen aan populariteit. Oftewel: het is tijd voor voedselsoevereiniteit, ook in Nederland.

ASEED heeft een brochure uitgebracht over voedselsoevereiniteit. Hierin wordt uitgelegd wat er mis is met het huidige landbouw -en voedselsysteem en het presenteert voedselsoevereiniteit als alternatief hiervoor. Ook staan er concrete voorbeelden in over hoe je zelf naar voedselsoevereiniteit kunt toewerken in Nederland.

Voedselsoevereiniteit is een lastig begrip. Er bestaan meerdere definities van en er zijn vele mogelijke manieren om deze uit te leggen. De brochure gaat uit van de definitie van Nyéléni 2007, een internationaal forum dat in 2007 plaatsvond in Mali. Boeren, consumenten en activisten uit verschillende landen bespraken toen het belang van voedselsoevereiniteit en hoe activiteiten rond voedselsoevereiniteit beter afgestemd konden worden.
In 2011 is er een Europese versie van Nyéléni geweest, waarbij een nieuwe verklaring over voedselsoevereiniteit is opgesteld. Bij het opstellen van deze Europese verklaring is de definitie die in Mali is opgesteld als uitgangspunt genomen. Daarom is er hier voor gekozen om uit te gaan van deze definitie – en die is hieronder weergegeven. Het is trouwens meer een beschrijving dan een strikte definitie, maar het geeft wel goed weer wat het begrip inhoudt.

De definitie is als volgt:

“Voedselsoevereiniteit is het recht van mensen op gezond en cultureel passend voedsel, geproduceerd op ecologisch verantwoorde en duurzame wijze in een voedsel- en landbouwsysteem dat door henzelf wordt vormgegeven. Het plaatst de ambities en behoeften van hen die voedsel produceren, distribueren en consumeren centraal in voedselstructuren en het beleid, in plaats van steeds te buigen voor de eisen van de markt en grote bedrijven. Het behartigt de belangen van de volgende generatie. Voedselsoevereiniteit biedt een strategie voor verzet tegen en ontmanteling van het huidige op winst gerichte voedselregime en het biedt richtlijnen voor lokale producenten en consumenten bij het inrichten van hun voedselsystemen, landbouw, visserij en veeteelt.
Voedselsoevereiniteit geeft voorrang aan de lokale en nationale markten en economieën. Het geeft macht terug aan de boer(in) en bevordert gezinslandbouw, traditionele visvangst en extensieve veeteelt. Productie, distributie en consumptie wordt hierdoor zowel op ecologisch, sociaal als economisch vlak verduurzaamd.
Voedselsoevereiniteit staat voor een transparante handel die een rechtvaardig inkomen garandeert voor iedereen en die consumenten het recht geeft te beslissen over hun eigen voedsel. Het waarborgt de rechten van hen die voedsel produceren om grond, gebieden, water, zaden, vee en biodiversiteit te beheren en te gebruiken. Voedselsoevereiniteit betekent een omslag naar nieuwe sociale relaties, vrij van onderdrukking en zonder discriminatie tussen mannen en vrouwen of tussen volkeren bevolkingsgroepen, sociale klassen of generaties.”

(Uit de verklaring van Nyéléni, 27 februari 2007)

De brochure van ASEED gaat in op wat voedselsoevereiniteit is en waar het zich tegen afzet (namelijk het huidige dominante landbouw- en voedselsysteem). Ook passeren een aantal praktische alternatieven in Nederland de revue. Aan de discussie over het begrip voedselsoevereiniteit en de uitleg ervan wordt minder aandacht besteed. In dit artikel wordt daarom een aantal mogelijke vragen/discussiepunten besproken die voortkomen uit de letterlijke bewoordingen van de definitie en uit de verschillende interpretaties hiervan 1).

Wat is soevereiniteit?

In het woordenboek staat soevereiniteit voor ‘oppermachtige heerschappij, gezag dat door geen ander mag worden ingeperkt’, ofwel ‘zelfbeschikkingsrecht’ 2). Het betekent bijvoorbeeld dat een overheid of gemeenschap vrij is om binnen het eigen gebied bindende afspraken te maken over voedselproductie, -handel, en -consumptie.
Er zijn verschillende niveaus denkbaar. In het Zuiden wordt vaak uitgegaan van het niveau van de nationale staten. Staten moeten bijvoorbeeld kunnen bepalen of ze goedkoop voedsel uit het Noorden tegen dumpprijzen toelaten of niet. In Europa wordt vaak gekeken naar de EU als gebied waar het Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB) bepalend is voor de landbouw en voedselproductie. Diverse groepen lobbyen en voeren actie om dit GLB zo te veranderen dat voedselsoevereiniteit erin wordt opgenomen 3). ASEED neigt meer naar het regionale niveau (een gebied met een straal van zo’n 50 kilometer).
Voedselsoevereiniteit komt er vooral op neer dat boeren en consumenten zelf de productie, verwerking en distributie weer in handen nemen en dat de keten zo kort mogelijk wordt.

(Voedsel)soevereiniteit versus (voedsel)autonomie

Soevereiniteit is zelfbeschikkingsrecht of oppermachtige heerschappij. Autonomie betekent zelfbestuur of zelfstandigheid, het recht om zelf te bepalen wat je doet 4).

Politiek gezien gaat soevereiniteit om het recht om binnen een bepaald territorium bindende afspraken te maken zonder dat deze beperkt worden door invloed van buitenaf. Hierbij wordt meestal gedacht aan natie-staten die soeverein zijn binnen hun eigen grenzen (hoewel die soevereiniteit vaak niet (meer) absoluut is).
Autonomie gaat uit van het individu of van een groep die autonoom beslissingen neemt. In een (democratische) staat krijgt zo’n persoon of groep bij het streven naar autonomie echter vaak te maken met wetten die door overheden zijn gemaakt.

Omdat soevereiniteit vaak wordt geassocieerd met de vrijheid van natie-staten om binnen hun landsgrenzen zonder tussenkomst van anderen wetten te maken en omdat autonomie sneller geassocieerd wordt met het recht van een groep of individu om zelf beslissingen te nemen, lijkt voedselautonomie een betere term, zeker in Nederland. De term food sovereignty is echter op internationaal niveau al meer ingeburgerd.

Wiens rechten en hoe die toe te passen?

Hoe zorg je ervoor dat conflicten tussen verschillende voedselproducenten worden opgelost. Wiens recht is belangrijk? Uitgangspunt is dat de voedselsoevereiniteit van de een die van de ander niet mag schaden, maar hoe doe je dat?
Voor boeren gelden vragen als: Hoe zorg je ervoor dat landconflicten opgelost worden? En hoeveel water mag elke boer gebruiken en hoe regel je de toegang tot waterbronnen? En, mag je als boer ook cash crops voor de export verbouwen als je buren honger hebben?

En voor consumenten zijn de vragen bijvoorbeeld: Wat betekent het recht op cultureel passend voedsel? Hoe ver gaat ieders eigen keuzevrijheid? Heb je het recht op elke dag een stukje vlees omdat je dit nu eenmaal wilt en er aan gewend bent? Heb je het recht op goedkopere en/of mooiere aardappels uit het buitenland terwijl boeren hier een overschot hebben? En, hebben mensen recht op producten die hier niet te verkrijgen zijn, zoals koffie en bananen, en zo ja, hoe regel je handel hierin?
ASEED is van mening dat ecologische en sociale argumenten belangrijker zijn dan een zogenaamde vrije keuze. Als landbouwgrond nodig is voor de lokale productie van voedsel, dan maar geen productie voor de export van veevoer of koffie. Het niet schaden van de een gaat hier voor de luxe van de ander.

Vrij om te beschermen en ondersteunen?

Er zijn grote machtsverschillen tussen rijke en arme landen. Rijke landen in het Noorden beschermen hun voedselproductie door middel van subsidies en beperken de import van boeren in het Zuiden door tariefmuren en allerlei (kostbare) voorwaarden. Mogen rijke landen hun eigen voedselproductie op deze manier blijven beschermen en ondersteunen? Ook in dit geval gaat het om het principe dat de voedselsoevereiniteit van de een de ander niet mag schaden. Uit de laatste zin van de definitie van Nyéléni blijkt dat iedereen evenveel recht heeft op voedsel. Dit betekent dat landen en bedrijven moeten afzien van het opkopen of pachten van grote stukken vruchtbare grond buiten de eigen grenzen om hun productietekorten op te lossen (land grabbing of landjepik) en van het dumpen van goedkoop, gesubsidieerd voedsel. Solidariteit als onderdeel van voedselsoevereiniteit gaat hier voor.

Stad versus boerenland

In de stad zijn veel minder mogelijkheden om voedsel te verbouwen dan in het landelijke gebied. Op het boerenland kan volop vruchtbare grond beschikbaar zijn, zodat je daar in overdaad kunt leven; anderen in de naburige stad (of zelfs aan de andere kant van de wereld) kunnen tegelijkertijd honger lijden omdat ze niet voldoende voedsel kunnen verbouwen. Ook in zo’n situatie moet solidariteit als onderdeel van voedselsoevereiniteit voorrang hebben en moet het produceren van voedsel voor anderen die het nodig hebben, boven de eigen overdaad gaan. Dit mag echter niet leiden tot machtsmisbruik (denk aan overheersing, koloniaal gedrag en land grabbing).

De prijs van voedsel

Hoe bepaal je wat de prijs voor voedsel is? Wat is een redelijk inkomen voor een boer? Heeft zij of hij het recht om eenzelfde soort levensstijl en welvaartsniveau te hebben als de buren? Wat te doen met de externe kosten van voedselproductie, bijvoorbeeld in de vorm van schade aan het milieu? Moet je die in de prijs opnemen? Maar hoe voorkom je dan dat mensen met veel geld nog steeds teveel kunnen kopen en gebruiken, en anderen die dat niet hebben niet? Geen voedselsoevereiniteit zonder een betere welvaartsverdeling en gelijkheid tussen bevolkingsgroepen en seksen.

Wat is duurzame productie?

Hoe bepaal je wat duurzame productie is? Hier staat al iets over in de brochure, zie bijvoorbeeld bij ‘agro-ecologie’. Kan een lokale groep boeren die besluit op een niet-duurzame manier te blijven/gaan produceren zich beroepen op haar recht op voedselsoevereiniteit? Voor ASEED gaat een ecologisch verantwoorde productie van voedsel boven het recht te kiezen voor een vervuilende, gronduitputtende landbouw. Het bewaren en herstellen van de kwaliteit van land, zaaigoed, water en andere schaarse hulpbronnen is onderdeel van voedselsoevereiniteit, zodat ook volgende generaties boeren voedsel kunnen produceren.

Dit principe klink misschien logisch en lijkt voor de hand liggend, maar in de praktijk is soms lastiger toepasbaar. Het is lang niet altijd duidelijk wat wel ecologisch verantwoord is en wat niet. Hetzelfde geldt voor de meeste eerder genoemde punten. Wat is bijvoorbeeld een goede welvaartsverdeling? Hoe ziet die democratisch, lokaal georganiseerde voedselvoorziening er dan uit? Daar valt nog best over te twisten. Maar het is wel duidelijk dat het huidige landbouw- en voedselsysteem nog erg ver afstaat van de begrippen sociaal, duurzaam en solidair. Een strijd voor voedselsoevereiniteit is dus zeker zinvol.

Conclusie

De term voedselsoevereiniteit (of -autonomie) is een begrip dat op veel manieren is uit te leggen. Uiteenlopende groeperingen kunnen zich er in vinden, omdat er ruimte is voor een eigen invulling. De voedselsoevereiniteits-beweging stelt zich ten doel een andere invulling van de voedselvoorziening te vinden waarbij ze zich af zet tegen het dominante systeem. De beweging zoekt naar gezamenlijke oplossingen voor de huidige problemen met grondstoffen en milieu en voor sociale en economische problemen.

Deze brochure is te vinden op het internet via de link: Brochure ´Op weg naar voedselsoevereiniteit´.
(in English: Brochure ´Towards Food Sovereignty´)

Papieren versies kunnen worden aangevraagd door te emailen naar ASEED Europe

Noten:

1) Een aantal discussiepunten is al eerder ter sprake gekomen in eerdere artikelen. Zie daarvoor bijvoorbeeld: “Voedsel: wat is het waard?”, “Voedselsoevereiniteit, voedsel in eigen hand” en verwijzingen in ”What does food sovereignty look like?“. Op de website van Nyeleni 2007 staan ook een aantal interessante dilemma’s vermeld: Zie “Developing and strengthening the concept of peoples’ food sovereignty”. Bij de voorbereiding voor dit artikel hebben een aantal mensen van ASEED kritisch gekeken naar de letterlijke bewoordingen van de verklaring.

2) Uit Van Dale en Encyclo.

3) Zie bijvoorbeeld de “Verklaring van Utrecht” van het platform Andere Landbouw (PAL) waarin tot hervorming van het GLB wordt opgeroepen.

4) Uit Van Dale en Encyclo.