» » » Dutch biotech lobby put in the pillory

Dutch biotech lobby put in the pillory

posted in: GMOs - News | 0

ASEED and Corporate Europe Observatory call Dutch parliament members to ask critical questions about the pro GM lobby activities of Dutch scientists like Gijs Kleter, Harry Kuiper, Louise Fresco, and Evert Jacobsen, at a debate on Wednesday October 2nd, 2013, organised by the Dutch biotech interest group HollandBio, a fusion of NIABA and BioFarmind.

Letter only available in Dutch


 

Geachte Kamerleden,

De Europese biotech industrie trakteert ons van 30 september tot 4 oktober op een “Europese Biotechweek”. In het kader hiervan biedt NIABA – de Nederlandse biotech industrie lobbygroep die zich vanaf nu “HollandBIO” noemt – op woensdagavond 2 oktober een Kamerleden debat aan, in het Haagse restaurant Barlow (1).

Gentechgewassen staan prominent op de agenda van de Europese Biotechweek. En dat terwijl deze vorm van landbouw zich in Europa op een dieptepunt bevindt. Er is al jaren vrijwel geen gentechvoedsel meer te vinden in Europese winkels (maar wel in dierlijke producten via veevoer (2). De meerderheid van de Europese burgers geeft in opiniepeilingen nog steeds te kennen geen gentechvoedsel op hun bord te willen. Monsanto heeft onlangs zijn pogingen opgegeven om gentechteelt in Europa van de grond te krijgen. BASF heeft vorig jaar zijn gentechonderzoek naar de VS verhuisd, omdat er geen markt bleek voor de omstreden Amflora-aardappel. Het octrooieren van gewassen (GGO of niet), waarmee zadenmultinationals hun monopolie-posities versterken, roept steeds meer verontwaardiging op.

Desalniettemin is de biotech lobby hard bezig om politici te overtuigen dat gentechgewassen van cruciaal belang zouden zijn om de wereldbevolking te voeden, en dat de veiligheid ervan allang bewezen zou. Hierbij worden ze gesteund door experts die ook nauwe banden hebben met de biotech- en/of voedingsindustrie, zoals bijvoorbeeld Louise Fresco (hoogleraar duurzaamheid aan de UvA) en Harry Kuiper (voorheen werkzaam bij het RIKILT en jarenlang voorzitter van het GMO-panel van de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA).

NIABA heeft overigens in 2008 – bij monde van lobbyist Rob Janssen (3) – al toegegeven dat de biotech industrie het honger-argument jarenlang had misbruikt en gaf aan dit niet meer te zullen doen. In die tijd had de industrie grote verwachtingen van de markt voor biobrandstoffen, waardoor de voedselzekerheid als argument voor GGO’s niet meer in hun straatje paste. Nu is het argument weer helemaal terug, waarbij sommigen zoals Fresco zelfs zo ver gaan de biologische landbouw ervan te beschuldigen een gevaar te zijn voor de voedselzekerheid.

Een uitgebreide wetenschappelijke beoordeling van het wereldvoedselprobleem tot nu toe door 400 wetenschappers onder auspiciën van een reeks VN-instellingen en de Wereldbank (4), leidde tot de conclusie dat niet genetische modificatie, maar wel ecologische en biologische landbouwtechnieken perspectief bieden op het voeden van de wereldbevolking. Een recente publicatie van het UNCTAD (“Wake up before it’s too late: Make agriculture truly sustainable now for food security in a changing climate”) wijst in dezelfde richting (5).

En is GGO-voedsel wel zo veilig? Er is sterke kritiek op de Europese wijze van het beoordelen van de risico’s van GGO’s. De richtlijnen hiervoor werden ontwikkeld door het GMO-panel van de EFSA, dat 10 jaar lang onder leiding stond van Harry Kuiper. Kuiper was tegelijkertijd actief voor biotech lobbygroep ILSI (International Life Sciences Institute), en zorgde ervoor dat een concept ontwikkeld door ILSI (‘comparative assessment’) opgenomen werd in die richtlijnen. Hierover loopt een klacht bij de Europese Ombudsman, gestart door de NGO Testbiotech in maart 2012 (6).

De beoordelingen van de EFSA, bijna allemaal positief over de veiligheid van GGO’s, zijn in grote mate gebaseerd op studies die door de bedrijven zelf gedaan worden. Onafhankelijke studies geven met regelmaat duidelijke aanwijzingen voor belangrijke gezondheidsschade (7), maar deze worden vaak genegeerd en zelfs belasterd met argumenten die een karikatuur vormen van een serieuze wetenschappelijke discussie – en die door de auteurs telkens met gemak weerlegd worden. Er bestaat geen wetenschappelijke consensus over de veiligheid van GGO-voedsel.

Maar ook hier weer bewijzen publieke wetenschappers een dienst aan private belangen. Wageningse onderzoekers van het DURPH project (GG aardappelen) voerden de afgelopen jaren een lobby titel bij Kamerleden om cisgene GGO’s onder een ‘lichter regime’ te laten vallen of zelfs helemaal uit te sluiten van risicobeoordeling. Hiermee boekten zij succes bij het CDA en de ChristenUnie, wat bleek uit de motie Ormel/Wiegman (8). Het is de vraag of leden van deze fracties zich bewust waren van het feit dat dit uitsluitend persoonlijke meningen van DURPH onderzoekers betrof, niet gesteund door de WUR.

Bij twee bezoeken aan het DURPH-project deze zomer stelden wij deze lobby van de onderzoekers ter discussie. De DURPH onderzoekers erkenden dat cisgene GGO’s uiteindelijk gewoon GGO’s zijn. Er lijkt dus geen reden te zijn waarom zij van de gangbare risico-beoordeling zouden moeten worden uitgesloten. Gijs Kleter – nu vice-voorzitter van het EFSA GMO panel, werkte nauw samen met Kuiper en heeft ook bij ILSI gewerkt – was aanwezig, maar kon geen afdoende onderbouwing geven bij de officiële opinie van de EFSA dat cisgene en klassiek veredelde gewassen vergelijkbare risico’s in zich dragen. Overigens herhaalde Kleter de EFSA mening dat van een vrijstelling van EU regelgeving niet voor de hand ligt en dat ook (vermeend) cisgene gewassen van geval tot geval beoordeeld moeten worden.

De Europese koepel van academies van wetenschappen EASAC gaf onlangs ook al een rapport uit met een hartstochtelijk pleidooi voor versoepeling van de wetgeving voor gentechlandbouw (9). Ook hier kan men zich afvragen: strookt een politieke stellingname – zeker zo’n krachtige – met de wetenschappelijke objectiviteit van onze KNAW en haar zusteracademies? Voorzitter Brian Heap van de EASAC werkt ook voor de lobbygroep Biosciences for Farming in Africa (B4FA), die bindingen heeft met de gentechindustrie. Eén van de deskundigen die de inhoud van het EASACrapport leverden, is professor Evert Jacobsen, die ook pleitte voor vrijstelling van cisgenese van de GGO-wetgeving.

De ervaring met grootschalige gentechteelt in andere delen van de wereld laten zien dat de nadelen die aan de industriële landbouw kleven, door gentechlandbouw nog verder op de spits worden gedreven. Nationale parlementen hebben een belangrijke rol te spelen bij de aanpak van deze problemen, waarvoor momenteel grote maatschappelijke belangstelling bestaat. De risico-beoordeling van GGOs moet bijvoorbeeld kritisch worden doorgelicht, alsook het pesticide-gebruik dat gepaard gaat met GGO-gewassen, en de effecten daarvan op bodem- en waterleven. Het octrooieren van gewassen (GGO of niet) moet een halt toegeroepen worden. Duurzame landbouwinitiatieven waarbij mens en milieu centraal staan verdienen politieke steun.

Terug naar het NIABA Kamerleden debat, morgen in Den Haag. De website Biofarmind kondigt aan dat “onderwerpen als 25 jaar biotechnologie in Nederland en de invloed van biotechnologie op de economie aan bod komen”. Gezien deze weinig specifieke agenda ontstaat de indruk dat het meer om een netwerkgelegenheid gaat dan om een debat. De relaties met Kamerleden moeten warm gehouden worden in een tijd waarin de biotechindustrie de wind tegen heeft. Hopelijk brengen de aanwezige Kamerleden kritische vragen naar voren omtrent de nut en noodzaak van genetische modificatie in de landbouw.

Met vriendelijke groet,

Nina Holland,

namens Corporate Europe Observatory en ASEED Europe

1 http://www.biofarmind.nl/agendabericht/173/kamerleden-debat-2-oktober

2 Een zeer groot deel van alle vlees en zuivelproducten in de EU, behalve de biologische, zijn totstandgekomen met gentechveevoer (soja, mais) uit Noord- en Zuid-Amerika.

3 Uitspraak tijdens debat ‘Gen zoekt Boer’, De Balie, maart 2008.

4 International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development (IAASTD, http://www.unep.org/dewa/Assessments/Ecosystems/IAASTD/tabid/105853/Default.aspx)

5 http://unctad.org/en/pages/PublicationWebflyer.aspx?publicationid=666

6 http://www.testbiotech.org/en/node/638

7 Enkele recente voorbeelden: J.A. Carman et al., Journal of Organic Systems 8 (1), 38-54 (2013); A.A. Shehata et al., Current Microbiology 66 (4), 350-358 (2013); G.E. Séralini et al, Food and Chemical Toxicology 50 (11), 4221-4231 (2012); J. Chen et al., Environmental Science and Technology 46, 13448-13454 (2012); A. Paganelli et al, Chemical Research in Toxicology 23 (10), 1586-1595 (2010). Dergelijke studies verschijnen echter al jaren: een van de eerste (ook nog steeds niet weerlegd) was S. Ewen en A. Pusztai, The Lancet 354 (9187), 1353-1354 (1999). Samenvattingen van recente soortgelijke studies staan bijvoorbeeld in “Late lessons from early warnings: science, precaution, innovation” (hoofdstuk 19), European Environment Agency, 2013 en in “Recent biosafety information for events MON810, MON863, NK603 (maize) and GTS-40-3-2 (soya)”, Biosafety Briefing, januari 2013, Third World Network, http://www.biosafety-info.net/file_dir/15885571185126f57b54b01.pdf.

8 http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm/documenten-enpublicaties/kamerstukken/2012/10/15/reactie-op-motie-ormel-wiegman-betreffendebevorderen-europese-vrijstelling-cisgenese.html

9 http://www.easac.eu/home/press-releases/detail-view/article/easac-warns.html