» » » Gentechveldproeven met aardappels en appels in 2012

Gentechveldproeven met aardappels en appels in 2012

posted in: GMOs - News | 0

De Fortuna-aardappel van BASF
BASF doet in Nederland veldproeven met de frietaardappel Fortuna bij Boompjesdijk in Steenbergen (West-Brabant), aan het Zuiderdiep in Valthermond in gemeente Borger-Odoorn (Drenthe) en ten zuiden van Angeren, gemeente Lingewaard (Gelderland). Ook in Zweden en Duitsland doet BASF veldproeven met Fortuna en met de zetmeelaardappel Modena.
Fortuna is een Agria-aardappel waarin een cassette (pakketje) met 2 genen is ingebracht die de plant beter bestand moeten maken tegen de schimmelziekte phytophthora. Om de genetisch gemanipuleerde planten te kunnen onderscheiden van gewone soortgenoten, ook wanneer de schimmelinfectie niet zichtbaar is, is het ahas-gen van de zandraket ingebracht. Dit gen maakt dat de plant tegen onkruidgif met imidazolinone kan. Dit mag in Nederland niet in de landbouw gebruikt worden maar kan wel in het lab toegepast worden om te zien of een plant de ingebrachte genencassette bevat of niet: de plantencellen die bezwijken onder het gif, zijn niet gemanipuleerd.

Doel: Fortuna op de markt brengen?
De veldproeven met Fortuna worden gedaan in samenwerking met particuliere telers die tegen een vergoeding de percelen beschikbaar stellen en een deel van de werkzaamheden uitvoeren. Ze bestaan uit kleine percelen van 1200-2800 aardappels, gemiddeld passen er 6 aardappels op een m2. Ze zijn gepoot in mei en zullen worden gerooid in oktober. De vergunningen hiervoor zijn afgegeven door Bureau GGO, onderdeel van het RIVM, en geldig tot resp. 2018 en 2014.
De veldproeven met Fortuna dienen niet alleen om de genetische manipulatie te testen. Hoofddoel is allerlei agronomische eigenschappen van dit gewas te testen om het ras te kunnen registreren op de Europese rassenlijst en om kwekersrecht te verkrijgen. De specifieke eigenschappen moeten betrouwbaar bij dit ras tot uitdrukking komen onder verschillende teeltklimaten. Deze rassenlijst- en kwekersrechtregistraties zijn nodig om de Fortuna in Europa op de markt te kunnen brengen en intellectueel eigendom te kunnen claimen. De eisen aan deze veldproeven zijn streng en ze vinden plaats onder toezicht van de NAK, de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen.
In januari kondigde BASF nog aan te stoppen met de ontwikkeling van GGO’s voor de Europese markt omdat er teveel weerstand is onder consumenten en bedrijven tegen het gebruik van GGO’s. In dat licht is het opmerkelijk dat het bedrijf deze veldproeven toch doorzet. “Om alle opties voor onze aardappelvarieteiten open te houden, zullen we …doorgaan met de lopende toelatingsprocedures en de pootgoedvermeerdering hiervoor,” zei Dr. Peter Eckes, voorzitter van BASF Plant Science in april. Blijkbaar wil het bedrijf deze aardappels na markttoelating ofwel verkopen aan een ander ofwel wil het de Modena en Fortuna een paar jaar op de plank laten liggen totdat de weerstand afgenomen is, en er wel markt is ontstaan voor GGO’s in Europa.

BASF: het bedrijf achter de Fortuna-aardappel
BASF Crop Science is onderdeel van het chemieconcern BASF. Het bedrijf heeft vestigingen in Ludwigshafen in Duitsland en in biotechnologiepark Zwijnaarde in Gent. BASF ontwikkelde eerder de industriële zetmeelaardappel Amflora die inmiddels in Europa toegelaten is voor commerciele teelt. Vorig jaar probeerde het bedrijf in Nederland telers te vinden voor de productie van pootgoed van deze aardappel. Dat lukte niet als gevolg van de weerstand tegen gentechaardappels bij de grote handelshuizen Agrico en HZPC. Deze handelaren hebben een aanzienlijke positie op de internationale pootgoedmarkt en eisen een garantie dat het geleverde pootgoed gentechvrij is. Nederlandse pootgoedtelers zouden hun afzetmogelijkheden op het spel zetten als ze Amflora zouden gaan vermeerderden. Bovendien is deze zetmeelaardappel niet toegestaan in gebieden in Nederland waar deze gewassen voornamelijk geteeld worden (Drenthe, Groningen) omdat ze te gevoelig is voor de wratziekte, aaltjes en andere ziekten en daarmee de rest van de zetmeelproductie in gevaar kan brengen. Daardoor lukte het BASF niet om in Nederland pootgoed ervan te laten produceren. Afgelopen 2 jaar werd er een beperkt areaal aan Amflora geteeld. Met ingang van 2012 heeft BASF dat opgegeven in Europa.
Behalve met de Fortuna voert BASF in Europa veldproeven uit met de zetmeelaardappel Modena. Deze is ontwikkeld door het zetmeelconcern AVEBE, welke de eigendomsrechten op deze aardappel aan BASF gaf in ruil voor investeringen in haar research en developmentafdeling. Behalve dat BASF gentechaardappels ontwikkelt, verkoopt het ook fungiciden ametoctradin (productnaam Initium), dimethomorph en mancozeb (werkzame bestanddelen van Invader)die gebruikt worden in de aardappelteelt.

De DuRPh-aardappels van WUR
Onderzoekers van de Wageningse landbouwuniversiteit WUR doen dit jaar weer veldproeven met de cisgene DuRPH-aardappel. Bij Oudeschip in de gemeente Eemsmond (Groningen) en in Wageningen in de Hoge Born en de Nude worden verschillende eigenschappen getest en pootgoed vermeerderd voor vervolgproeven. Op proefveldjes bij Lelystad, aan de Lawickse Allee noordelijk van het proefveld in de Nude in Wageningen en in Valthermond in de gemeente Borger-Odoorn worden verschillende beheersstrategieen tegen phytophthora uitgeprobeerd en de ontwikkeling van de aangetaste planten nauwkeurig gemonitord. Dat doen de onderzoekers onder andere met in het veld geplaatste camera’s die elk uur een foto maken van de planten. Er worden verschillende DuRPH-varianten getest met 1 of meer resistentiegenen. In Belgie doen het VIB, de Universiteit van Gent en het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) dit jaar wederom ook een veldproef met DuRPh maar Greenpeace heeft bezwaar ingediend tegen de verstrekte vergunning. De aardappels zijn wel al gepoot. De bezwaren hebben onder meer betrekking op gebrekkige risicobeoordeling en partijdigheid van de Bioveiligheidsraad die de vergunningverlenende instantie adviseert. Zo hebben 4 van de 12 leden van dit adviesorgaan banden met het VIB, de UGent of het ILVO. Hoewel deze veldproef door Belgische instellingen wordt uitgevoerd, maakt ze feitelijk deel uit van het Nederlandse DuRPh-project.

Het DuRPh-project is een bijzonder gentechproject. Er wordt een serieuze poging gedaan gentechnologie op een voor het brede publiek acceptabele manier toe te passen. Het zijn cisgene aardappels, dat betekent dat er alleen genen van de nachtschadefamilie gebruikt zijn en geen soortgrenzen overschreden worden. Het doel is milieuwinst te boeken doordat aardappeltelers straks 80% minder gif tegen phytophthora hoeven te spuiten. Bovendien stellen de onderzoekers dat WUR het patent heeft op alle gebruikte genen en zodoende zelf kan bepalen dat ze de ontwikkelde aardappels en kennis vrij beschikbaar kan stellen. Ze kunnen op verzoek van boeren en kleine veredelaars allerlei gewenste resistenties inbrengen.

WUR is anderzijds echter een van de grootste octrooihouders en is voor haar financiering voor 50% afhankelijk van het bedrijfsleven. Dat kan zijn in de vorm van betaalde onderzoeks- en adviesopdrachten, maar ook door octrooien van ontdekkingen en technologieën te verkopen. De vraag rees al eerder of de DuRPh-technologie niet in de Fortuna van BASF terechtgekomen is; DuRPh-aardappels stonden ook broederlijk samen met de Fortuna op een proefveld in het Belgische Wetteren (zie “Profiteert BASF met ‘Fortuna’ van Nederlandse aardgasbaten?“, 9 nov. 2011, gentech.nl).

Ondertussen hebben de DuRPh-wetenschappers met succes gelobbyd in de Nederlandse en Europese politiek om cisgene gewassen een uitzondering te geven op allerlei veiligheidstoetsen die transgene gewassen wel moeten ondergaan. Sinds kort worden cisgene gewassen gelijkgesteld met gewoon veredelde gewassen. Aangezien het grootste risico van gentechnologie echter in het manipulatieproces ligt en niet in de herkomst van de genen, is hiermee een sluipweg geschapen om deze gentechaardappels als ‘gewone’ aardappels op de markt te brengen.

Kritische vragen
De Fortuna heeft slechts 2 genen die resistentie bieden tegen phytophthora. Een van de problemen met deze schimmelziekte is dat ze zich snel aanpast. Het lukt aardappelveredelaars regelmatig om een gangbaar ras te onwikkelen dat resistent is, maar meestal verliest het die eigenschap binnen enkele jaren omdat het op slechts 1 gen gebaseerd is. Het doel van het DuRPh-project is om 3 of 4 resistentiegenen actief te hebben in de aardappel zodat de schimmel zich zovaak moet aanpassen om die resistentie te doorbreken dat ze uitsterft. Maar die 2 genen van de Fortuna, houden die het lang genoeg vol om de schimmel definitief uit te schakelen? Waarom nemen de Wageningse onderzoekers van het DuRPh-project geen genoegen met 2 resistentiegenen? Een bekend gezegde luidt: “What does not kill you, only makes you stronger.” Dus, met die nog steeds enigszins beperkte resistentie kan de Fortuna het probleem van de phytophthora-schimmel op termijn vooral verergeren. Volgens de logica van de evolutie zou dat het gevolg kunnen zijn. En daarmee zou BASF na de Amflora wel eens op een volgende gentechmislukking kunnen afstevenen. Een financieel debacle ter waarde 1.3 miljard. Maar de boeren zijn degenen die echt met de gebakken peren zitten: een nog sterkere schimmel dan voorheen. En de Wageningse aardappelversleutelaars en boerenaardappelveredelaars moeten verder zoeken naar weer nieuwe genen die aardappels bestand maken tegen deze ziekte.

Zie ook:
BASF stopt met gentech voor Europa, veldproef gaat wel door, artikel gentech.nl op 15 feb 2012
DuRPh op gentech.nl: “Andere vormen van gentechnologie“, onder “cisgenese”

http://www.basf.com/group/pressrelease/P-12-206