» » » Over babymelk en voedselsoevereiniteit

Over babymelk en voedselsoevereiniteit

chineze-baby-met-melkDe afgelopen jaren is daar de ‘landgrabbing’ bijgekomen: door middel van het massaal opkopen van landbouwgrond in andere landen en op andere continenten proberen landen en bedrijven de aanvoer van landbouwgewassen veilig te stellen. Ook dit gebeurt weer vooral in armere landen waar goedkoop is grond op te kopen van lokale bewoners en waar corruptie en geweld hier regelmatig nog een handje helpen. Het gaat hierbij om Zuid Amerika en Afrika, maar bijvoorbeeld ook om grote hoeveelheden akkerland in Oost-Europese landen als Roemenië, Bulgarije en Oekraïne. En naast de traditionele westerse partijen storten nu ook opkomende landen als China en India zich volwaardig in de strijd. Alleen is het voor de gewone consument in West-Europa nog wel een ver-van-mijn-bedshow als deze landen grond opkopen of langdurige pachtcontracten afsluiten in bijvoorbeeld Ethiopië of Madagaskar.

Maar nu komen de schuivende machtsverhoudingen in de wereld plotseling heel dichtbij; de Chinezen kopen zomaar onze babymelk op. Hoe durven ze! Dat Nederland al sinds de koloniale tijd op kosten van anderen leeft en de beschikbaarheid van voldoende voedsel voor baby’s nooit een rol heeft gespeeld bij ‘ons’ handelsbeleid, daar rept niemand over. Het getuigt niet echt van VOC-mentaliteit om je daar druk over te maken.

Hoewel enig leedvermaak misschien wel gerechtvaardigd is, is het natuurlijk niet te hopen dat de rollen nu echt omgedraaid gaan worden en we in Europa moeten gaan vrezen voor voedseltekorten en ondervoeding. Kunnen we wel blijven vertrouwen op de import van een groot deel van ons voedsel en veevoer? En is het eigenlijk wel ethisch hier mee door te blijven gaan? Deze run op melkpoeder is een goede reden om eens heel kritisch te kijken naar de kwetsbaarheid van onze eigen voedselvoorziening. Laat het mensen wakker schudden en een aanleiding zijn om voedselsoevereiniteit hoog op de agenda te zetten. De beste en meest sociale manier om ons eigen voedsel veilig te stellen voor de toekomst is om het vooral regionaal en duurzaam te gaan produceren.

Voedselsoevereiniteit is een concept dat tegenover het huidige landbouwsysteem gezet kan worden. De term kan in het kort worden uitgelegd als het recht van mensen op gezond en cultureel passend, duurzaam geproduceerd voedsel, en het recht zelf te bepalen wat voor voedsel je verbouwt en hoe je het landbouw- en voedselsysteem inricht. Hoewel het geen blauwdruk oplevert voor de landbouw en ieders consumptie, kom je bij het streven naar voedselsoevereiniteit in Nederland wel uit bij een aantal drastische veranderingen. Zo ligt het voor de hand goede grond zoveel mogelijk te gaan gebruiken voor het produceren van voedsel in plaats van voor wegen, golfterreinen, uitgestrekte nieuwbouwwijken en leegstaande bedrijventerreinen gebouwd voor een niet terugkerende en bovendien ongewenste economische groei. En als je het belang van voldoende lokale voedselproductie inziet, zorg er dan ook voor dat goede landbouwgrond goed blijft. Put het niet uit. Dus geen grootschalige monocultuur met een hoog pesticide- en kunstmestgebruik, maar agro-ecologische landbouw waarbij wordt gelet op een gezonde humuslaag. Zorg voor efficiëntie in de voedselketen; sleep minder met voedsel, gooi minder weg, en vooral, produceer en consumeer minder vlees en zuivel.

Minstens zo belangrijk is dat voedselsoevereiniteit ook uitgaat van betrokkenheid van consumenten bij de productie van hun voedsel, en omgekeerd van producenten bij de mensen wier magen ze vullen. Een onbegrijpelijke, anonieme wereldhandel waarbij voedingsmiddelen zijn verworden tot bulkproducten die duizenden kilometers verderop verwerkt worden door een voedingsconcern met meer oog voor de eigen portemonnee of aandeelhouders dan voor zijn consumenten, dat is natuurlijk vragen om problemen. Dan gaat een Chinees bedrijf rommelen met melkpoeder, een Nederlands bedrijf met vleesproducten. Een Braziliaans bedrijf gaat illegaal ontbossen en banken speculeren er op los. Consumenten zien niets van de uitbuiting en vervuiling waarmee de productie van hun maaltijd gepaard gaat. Zonder alle aspecten van de ouderwetse lokale voedselproductie te willen verheerlijken, is het toch goed om weer terug te gaan naar korte ketens en zoveel mogelijk voedsel uit de regio. Als je weet wie je brood bakt en je aardappels en prei verbouwt, dan gun je hem of haar waarschijnlijk ook wel een goed inkomen. En die bakker en boerin zullen niet zo snel met hun producten knoeien als ze weten wiens gezondheid ze daarmee in gevaar brengen. Als je weet uit welk mooi gebied de aardbeien en sla die je eet komen, dan is de kans groot dat je niet wilt dat er gifresten in het grondwater komen. En bovenal, als je weet dat jij, je vrienden en je eventuele kinderen over 30 jaar nog steeds voor jullie voedsel afhankelijk zijn van hetzelfde landbouwgebied, dan vind je het ook belangrijk dat hier voorzichtig mee om wordt gegaan.

Maar misschien heb je veel meer vertrouwen in politici, het bedrijfsleven, de internationale handel en onze eindeloze rijkdom. Dan ga je er gewoon vanuit dat er over 30 jaar nog steeds een winkel in je buurt is waar je goedkoop je karretje vol laadt of alles wat je wilt online kunt laten bezorgen. In dat geval is voedselsoevereiniteit niets voor jou, hoewel je misschien nog wel snel even een extra pak melkpoeder hamstert voor je weet maar nooit.


Achtergrondinformatie
:

Meer over voedselsoevereiniteit: https://www.aseed.net/new/nl/voedselsoevereiniteit/achtergrond

Agro-ecologie: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/12/02/wat-agro-ecologie