Home » Food Sovereignty » Food Sovereignty - Activities » Report workshop on Agriculture and the Crisis

Report workshop on Agriculture and the Crisis

De workshop begon met een twee inleiding over scenario’s in de landbouw. Rens van Tilburg van SOMO ging in op de gevolgen van speculatie op de voedselprijs. Pieter Cornelissen van Peakoil Nederland ging in op de verschillende ‘pieken’ die ons te wachten staan en de invloed hiervan op de voedselvoorziening en de voedselprijs.
In het tweede deel van de workshop was er ruimte voor het bedenken van alternatieven acties om met de verschillende crises om te gaan.

Eerste inleiding: speculatie met voeding
Rens van Tilburg werkt bij SOMO, een organisatie die onderzoek doet naar verschillende economische sectoren. Rens doet bij SOMO onderzoek naar financiële sector. Dit is een sector die erg ingewikkeld is en waar weinig mensen iets van begrijpen. Dit werkt in het voordeel van degenen die hun brood erin verdienen. De invloed van voedselspeculatie op de voedselprijzen tijdens de voedselcrisis in 2008 is moeilijk te bepalen, maar wel is het duidelijk dat toen er meer gespeculeerd werd, de prijzen ook stegen en dat was in 2011 weer te zien.

Voedselspeculatie vindt plaats via derivaten. Een derivaat bestaat al lang, al in Mesopotamië werd er al gebruik van gemaakt. Een derivaat is een financieel product dat je kunt kopen en verkopen. Boeren gebruiken het om tijdens de zaaiseizoen inkomsten te hebben, doordat ze een deel van de verwachte oogst verkopen. De waarde van derivaten is gebaseerd op de verwachte waarde van bijvoorbeeld een toekomstige oogst, wat weer gebaseerd kan zijn op de waarde van verschillende ‘commodities’.

In Amerika vindt nu de grootste handel in derivaten plaats (maar dit gebeurt ook in Londen en Parijs), vooral in futures, maar er worden ook andere derivaten verhandeld.
In Amerika was er de Commodity Exchange Act uit de jaren 30 waardoor zakenbanken maar beperkt actief mochten zijn op de derivatenmarkt maar die grenzen bestaan nu niet meer waardoor grote banken zoals Goldmann Sachs nu erg actief zijn op deze markt. De investeringen stegen snel met een piek in 2008. Bij elke bank kun je ook als prive-belegger zulke producten kopen.

Een voorbeeld van de handel in derivaten is de handel in futures op de voedselmarkt. Er wordt nu zoveel in gehandeld dat de prijs van derivaten op de korte termijn de wereldvoedselprijs bepaalt. Een hogere voedselprijs leidt tot meer honger, omdat de armsten niet meer voldoende voedsel kunnen kopen, omdat ze vaak al 80% van hun besteedbaar inkomen moeten besteden aan voedsel (in Europa is dat 10-20%). Een rapport van de Wereldbank stelt dat er wereldwijd 44 miljoen mensen extra honger leden door de hogere voedselprijzen in 2010.
De voedselspeculatie is niet de enige oorzaak van voedselcrisis in 2008, er waren ook daadwerkelijke tekorten waardoor de prijs steeg, maar heeft er wel aan bijgedragen. Een grote speler in deze markt zijn de pensioenfondsen. Deze zeggen echter dat investeren in derivaten geen invloed op de prijs heeft.

Het is onbekend wat de huidige voedselvoorraden zijn op de wereld, deze onzekerheid maakt het een aantrekkelijke investeringsmarkt.

Er wordt wel gewerkt aan richtlijnen om de handel wat te beperken, in Europa bijvoorbeeld positielimieten, een maximum aan het aantal contracten dat mogen lopen. De Europese Commissie heeft het voorstel zo afgezwakt dat er nog steeds grote vrijheden zijn.

Rens denkt dat een financiële transactie-tax een dempend effect zou kunnen hebben.

Om speculanten de markt uit te drukken, zou een grotere voedselvoorraad ook kunnen helpen. In het verleden gebeurde dit wel. Dit lukte bijvoorbeeld wel met olie, maar dan moet je wel kunnen hard maken wat de voorraden zijn en dat ligt bij voedsel moeilijker.

Een vraag uit het publiek:Wat verwacht je op dit gebied het komende jaar, wordt het effect minder of groter?
Redenen om in deze markt te gaan voor pensioenfondsen gelden nog steeds: lage dekkingsgraad van pensioenfondsen, lage rentestand, gebrek aan regelgeving. En daarom zal het doorgaan. Er is wel aandacht in de media. Rens was op een Groenlinks bijeenkomst en daar is het probleem wel bekend, maar niet hoe er wetgeving voor te maken is. Het is nog te ver weg om maatregelen te treffen. Het is wel nodig om veel lawaai erover te maken, omdat weinig mensen op de hoogte zijn, vooral van de rol van pensioenfondsen.

Tweede inleiding: peiken in de landbouw
Pieter Cornelissen gaat in op de gevolgen van een aantal pieken die de voedselprijs ook kunnen laten stijgen. Er wordt in de landbouw veel gas gebruikt voor kunstmest, olie voor vervoer en machines en (het winnen van) een aantal andere meststoffen, zoals N – stikstof, P – fosfor en K – kalium. Olie en gas zullen gaan pieken, maar ook de voorraad van de meststoffen zal op een gegeven moment pieken. De eerste die zal opraken is de fosfaat. Fosfaat wordt op maar enkele plekken in de wereld uit rotsen gewonnen. Er wordt al anderhalve eeuw fosfaat aan de grond toegevoegd, waarvan 80% wordt weggespoeld. Fosfaat is nog 125 jaar te winnen bij gelijk gebruik, anders is het in 50-60 jaar op (K is bij huidig gebruik nog 280 jaar voorradig). Het zit ook in gewone rotsen maar het kost erg veel energie om dit te winnen. Stikstof zit in de lucht en kan door bijvoorbeeld stikstofbindende planten te gebruiken aan de bodem toegevoegd worden, daarom zal hiervan geen tekort zijn maar met er wel meer arbeid gebruikt worden. Het gebruiken van makkelijk winbare NPK in de reguliere landbouw zorgt ervoor dat er minder arbeid nodig is. Ook in NPK wordt door speculanten gehandeld.

Micro-nutriënten, zink, koper, boor, mangaan en molybdeen, zijn ook essentieel en worden in kleine hoeveelheden toegevoegd. Deze markt is minder interessant voor speculanten omdat deze, bijvoorbeeld zink, ook in de industrie worden gebruikt. Do voorraad van dezen nutriënten is echter ook nog maar beperkt.

Fosfor
Als je heel veel fosfor in de bodem stopt en het spoelt uit dan neemt het ook andere elementen mee, geldt vooral voor zink, bijvoorbeeld bij dieren, die krijgen een zink-tekort. Geldt bijvoorbeeld in Zuid-Amerika (waar ons soja vandaan komt) voor onze vleesproductie.

Er zijn manieren om terug te winnen, maar daar zijn stabiele prijzen voor nodig. Door de speculatie wisselen de prijzen echter scherp waardoor investeringen in het recyclen van fosfaat zullen uitblijven.

Kun je voldoende voedselproductie hebben zonder deze inputs?
Ja kan maar kost meer werk, waardoor je het economische model moet veranderen.

Hoe lang duurt het voordat verpeste bodem weer ok is?
Verschilt erg per bodem en neerslagpatroon.

Andere problematische ontwikkelingen in de landbouw
Een ander probleem waardoor de landbouwproductie in gevaar komt is klimaatverandering. Droogte is een probleem en hier in Nederland vooral extreme weersomstandigheden, zoals extreme regen. Piek-water: In veel gebieden waar nu veel verbouwd wordt raakt zoet water op, terwijl er nog geen zouttolerante gewassen ontwikkeld zijn.

Ook in deze steeds onzekerdere tijden met een economische crisis wordt er nog steeds door alle beleidsmakers vanuit gegaan dat bijvoorbeeld Rusland wel zal blijven exporteren. 60% van het voedsel in Europa komt van buiten. Maar als landen het zelf nodig hebben kan dat wel eens tegenvallen.
De strategie van de Europese Unie is nog steeds om de import veilig te stellen door meer vrijhandelsafspraken te maken. Maar wat nu als vrije landen niet willen blijven verkopen?

Monopolisering: Er zijn steeds minder, steeds grotere bedrijven die steeds meer doen en grotere marktaandelen hebben. Bijvoorbeeld met zadenhandel, pesticiden en handel. Landen, consumenten en boeren worden steeds afhankelijker. (retorische vraag:) Willen we dat wel?

Andere manier kost meer arbeid, maar misschien kom je daar niet om heen, bijvoorbeeld omdat er nu  veel fossiele brandstof gebruikt wordt om het land te bewerken en te bemesten. Dit kan niet zo doorgaan.
Op dit moment verdwijnen boeren en landbouwgrond in Nederland. Het miniserie van Economische Zaken heeft al een rapport uitgebracht waarin wordt voorgesteld te importeren vanuit Oekraïne in plaats  van Zuid-Amerika. Bijvoorbeeld erwten in plaats van soja als eiwitbron.

Discussie over de gevaren en wat we er aan kunnen doen

Er zijn alternatieven, de vraag is of je hier de wereldbevolking mee kan voeden. Dit is wel het geval, maar er zijn wel meer mensen nodig in de landbouw. Het IAASTD-rapport bevestigt dat kleinschalig landbouw meer opbrengt en ook Olivier de Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel, zegt dat landbouw die gebaseerd is op agro-ecologie meer opbrengt en meer mensen kan voeden.

Er wordt ook veel voedsel verspild. Soms is afval niet echt afval maar bijvoorbeeld ook voeding voor je land. Maar in de gevallen dat het om verspilling gaat is het wel goed om hier iets aan te doen. Gevaar is dat het bedrijfsleven hier te veel op focust en hun boodschap is dat als we dit oplossen alles wel goed komt. Er moet meer veranderen. Er is een onderzoek geweest naar hoeveel voedsel verspild wordt en het bleek dat bij transport en opslag de helft verloren gaat doordat het van de vrachtwagen valt of door verrotting. Hier zou wel beter mee omgesprongen moeten worden.

Het probleem van de huidige landbouw en voedselproductie is dat er geen lokale, gesloten kringloop is. Uitputting elders geeft hier bijvoorbeeld mestoverschotten.

Iemand oppert dat Community Supported Agriculture (CSA of in het Nederlands, Pegola-associatie) voedselspeculatie kan tegengaan. Boer en consument delen dan de risico’s en de boer heeft geld om te investeren. Het werkt alleen goed op lokaal niveau en sluit goed aan bij lokale solidaire initiatieven.

Speculatie en voedsel
In Duitsland heeft Food Watch een actie gedaan en een petitie opgezet tegen de voedselspeculatie door banken. De grootste partijen daar zijn Deutsche Bank (DB) en Goldman Sachs. DB is hierdoor in hoek gedrukt en heeft beterschap moeten beloven. Er is een verhaal de wereld ingebracht, waar link wed gemaakt tussen het loon van de CEO van de DB en de relatie tussen honger en voedselspeculatie. Er verschenen grote artikelen in bijvoorbeeld Der Spiegel, die de lijn van Foodwatch ondersteunde. Ackermann (CEO) heeft gezegd dat DB stopt, als speculatie leidt tot meer honger, en DB gaat dat onderzoeken. Twee weken voor deze uitspraak bracht het Instituut voor National Finance, waar Ackermann voorzitter van is, een rapport uit met de conclusie dat er geen relatie tussen speculatie en voedselprijzen is. SOMO heeft kritiek geleverd op het rapport, omdat er geshopt wordt in verschillende studies maar de resultaten oneigenlijk gebruikt worden. Gevaar dat DB eenzelfde soort onderzoek en conclusie gaat herhalen, maar blijkt wel dat DB wel schade heeft opgelopen.

SOMO is aan het kijken hoe grote banken en pensioenfondsen met voedselspeculatie bezig zijn, in december komt een rapport* uit. Het zou mooi zijn om een dergelijke actie als die in Duitsland, na uitkomen van het rapport, in Nederland te herhalen.

Banken of pensioenfondsen?
De pensioenfondsen zijn de grootste spelers, maar als werknemer kun je vaak niet vrij kiezen. Banken zijn daarom interessanter omdat ze gevoeliger zijn voor hun naam. Pensioenfondsen hebben ook iets ook uitleggen, omdat ze een maatschappelijke doelstelling en hebben. Een pensioenfonds heeft in haast een standpunt op haar website geplaatst.

Voedsel was een eerste levensbehoefte, is nu een eerste investeringsbehoefte voor een paar families, zou mooi zijn als dat verandert.

 

*) Dit rapport is inmiddels verschenen: “Nederlandse financiële instellingen speculeren met voedsel”, http://somo.nl/news-nl/nederlandse-financiele-instellingen-speculeren-met-voedsel