Voedsel, wat is het waard?

bordjegeld180In augustus 2011 vond in het Oostenrijkse Krems Nyéléni Europe plaats, een forum over voedselsoevereiniteit. Hier werd veel  gesproken en gediscussieerd over een duurzame landbouw en over de lokale distributie  van voedsel om onafhankelijk te zijn van de groothandel en andere grote  voedingsconcerns. Een punt dat Krems relatief weinig aandacht kreeg was de waardering van voedsel. Vrijwel alle aanwezigen waren het eens over een aantal mooie doelstellingen: Dat boeren waardering krijgen en goed kunnen leven van hun inspanning om voedsel te produceren. En dat gezond en duurzaam geproduceerd voedsel als mensenrecht voor iedereen beschikbaar en betaalbaar moet  zijn. Maar waar is die waardering of prijs op gebaseerd?

Het overgrote deel van de productie van landbouwgewassen wordt verhandeld op de markt (niet de markt in de straat, maar de groothandel). Uit de vraag en het aanbod volgt een prijs, al dan niet verstoord door monopolies, heffingen of quota. Of dit nu regionaal of nationaal of internationaal is maakt voor de prijzen weinig uit omdat die markten met elkaar in verbinding staan. Een hogere graanprijs in de VS zal er voor zorgen dat ook het graan in Europa of Egypte omhoog gaat. Op een regionale schaal geldt dit ook voor minder houdbare producten; goedkope rode bessen in Nederland zal ook de prijs in België omlaag brengen. Bij biologische producten gaat dit precies zo.

Op deze prijsvorming is veel kritiek. Maar ook veel alternatieve projecten met korte ketens laten hun prijzen afhangen van diezelfde markt. Een groep consumenten die direct bij een boer in de regio inkoopt betaalt bijvoorbeeld hetzelfde als de boer aan de groothandel kan vragen, of misschien iets meer om de boer te steunen, maar nog altijd staat deze prijsvorming in directe verbinden met de wereldmarkt en hierdoor wordt ook bepaald wat in een gebied of op een boerderij rendabel is om te produceren. Maar zijn hier eigenlijk ook alternatieven voor mogelijk?

Vanuit de boer
Gezien vanuit de boer of tuinder gaat het erom goed te kunnen leven. ‘Goed’ is zonder honger, met een dak, kleren, andere levensbehoeften en nog wat extra. Maar ‘goed’ is ook relatief. Een boer heeft bijvoorbeeld recht op dezelfde welvaart en voorzieningen als mensen in zijn/haar omgeving en als de consumenten die de producten afnemen. Daarnaast gaat het om zekerheid. Dat je weet dat je er niet alleen dit jaar warmpjes bij zit, maar dat je niet vanwege misoogsten, onvoldoende afnemers, ziekte of ander ongemak een jaar later aan de grond zit. Hierbij gaat er erom vanuit de kosten en de geleverde (of nog te leveren) inspanning te komen tot een goede beloning. Als je het zo bekijkt kun je tot heel andere prijzen komen. Misschien wordt een brood wel duurder en een appel goedkoper, of omgekeerd.
Door het garanderen van een goede prijs voor de producent wordt de directe concurrentie tussen boeren sterk verminderd. Kritisch naar de productiekosten kijken blijft echter zinvol. Een product groeit beter in de ene grondsoort dan in de andere. Bij elk gewas horen weer andere vaardigheden en kennis. Ook als de beloning van een boer alleen is gebaseerd op de geleverde inspanning blijft enige specialisatie dus nuttig.

Bij een CSA of pergola wordt in een aantal gevallen wel gedacht vanuit het inkomen van de product. CSA staat voor ‘community supported agriculture’. Er bestaan CSAs waarbij een groep consumenten gezamenlijk garant staat voor een vooraf bepaald inkomen van een boer of tuinder. Ook wordt gezamenlijk besproken wat er verbouwd gaat worden. Als er goede oogst is hebben alle leden van de CSA geluk en een volle keukenkast, als de oogst tegenzit heeft iedereen wat minder.

Vanuit de consument
Het is misschien nog wel lastiger om vanuit de consument uit te bekijken wat een goede beloning is voor het voedsel. Welk deel van je inkomen zou je maximaal aan goed voedsel kwijt mogen zijn? En omgekeerd; welk deel van je inkomen zou je minimaal aan voeding en aan duurzame landbouw uit moeten besteden? Los van grote verschillen in inkomens heb je mensen die veel om lekker en bijzonder eten geven en mensen die andere prioriteiten hebben. Het is dus lastig de waardering van voedselproductie vanaf deze kant te bekijken.
Een interessante benadering is om mensen zelf laten bepalen hoeveel ze voor voedsel betalen. Hierbij is het wel noodzakelijk om alle kosten en werkzaamheden van een boer inzichtelijk te maken. Uit ervaringen in de Verenigde Staten is gebleken dat de klanten van boeren die helemaal open waren over hun inkomsten en uitgaven, bereid waren meer te betalen voor producten. Alleen gaat deze openheid over de financiën in tegen de aard van de meeste boeren. (En bij boeren die aan de handel leveren werkt openheid averechts omdat de handelaren en voedingsindustrie dan precies weten tot hoever ze boeren kunnen uitpersen.)
Ook in Nederland kan het werken; bij een deel van de groente bij voedselcoöperatie in Amsterdam mochten mensen soms zelf uitmaken wat ze ervoor wilden betalen. Dit leverde meestal meer op dan wanneer er een vaste prijs werd gevraagd. Maar hier gaat het wel om een vaste groep die betrokken is bij de voedseldistributie. Als je de gemiddelde passant op straat zelf een prijs laat bepalen gaat het mogelijk anders.

‘Niet-commerciële landbouw’
Een project dat experimenteert met het loskoppelen van product en beloning is Lokomotive Karlshof. Zij noemen het Niet-commerciële Landbouw. Een groot deel van hun oogst van dit akkerbouwbedrijf wordt naar Berlijn gebracht. Daar worden de aardappels, zonnebloemolie, granen en andere producten weggegeven aan mensen die langskomen bij het ‘Kartoffelcafe’, een maandelijkse avond met informatie en discussie over diverse landbouwthema’s. Je hoeft niet te betalen voor wat je meeneemt. Maar het is wel mogelijk om de dit project te steunen door geld te doneren of mee te komen helpen. Natuurlijk zal er extra betrokkenheid zijn van de vaste afnemers van de producten, maar ze willen af van de een-op-een relatie tussen product en prijs. Het project zit nog in de experimentele fase en het aantal producten dat wordt geproduceerd moet nog worden uitgebreid, maar een steeds groter deel van de gemaakte kosten kan gedekt worden door de donaties.

Internalisering externe kosten
In Krems werd een aantal keer gesproken over het internaliseren van externe kosten. Dit houdt in dat milieukosten en sociale kosten worden doorberekend in de prijs van een product wat er voor moeten zorgen dat de vervuiler betaalt. Duidelijke conclusies en actiepunten heeft het Forum op dit punt echter niet opgeleverd.
Maar moet je externe kosten wel willen internaliseren? Dit zorgt ervoor dat mensen met voldoende geld door kunnen gaan met vervuilen. En nu met een groen geweten want ze betalen er tenslotte voor. Als je iets tegen vervuilende productie en een onverantwoord gebruik van natuurlijke hulpbronnen wilt doen, zorg er dan voor dat smerige technieken niet meer worden gebruikt en stel een maximum in voor het gebruik van bepaalde grondstoffen en producten.
Een idee dat in Krems werd ingebracht door de NGO ZukunftsForum Systemwandel was het radicaal loskoppelen de milieugebruikskosten en de financiële kosten van een product. In dat systeem wordt eerst gekeken naar wat een regio op een duurzame manier kan produceren (bijvoorbeeld de hoeveelheid biomassa). Vervolgens krijgt iedereen als een soort basisinkomen zijn/haar eerlijke duurzame deel en daar moet je het dan mee doen. Dit zou kunnen werken met een soort creditcard waarop elke maand jouw portie te gebruiken biomassa wordt bijgeschreven. Elke keer dat je iets koopt wordt er wat van je saldo afgehaald en komt het er bij de producent bij. Dit producent heeft de credits weer nodig voor het gebruik van water, energie, metaal of andere natuurlijke hulpbronnen. Eerlijk lijkt het wel, maar ook een gigantische bureaucratie en onaantrekkelijke controle maatschappij. En wat te doen met migratie van de ene regio naar de andere? En worden mensen zonder papieren automatisch uitgesloten van een portie milieugebruiksruimte?
Het is duidelijk dat er altijd een spanningsveld zal zijn tussen persoonlijke vrijheden en privacy aan de ene kant en het afdwingen van duurzaam en sociaal gedrag aan de andere kant. Bestaat er de vrijheid om te vervuilen? Deze discussie is nog niet afgerond.

Lokaal behapbaar
Een lokale voedselvoorziening heeft niet alleen als voordeel dat het transport scheelt. Als er een directe band is tussen consument en producent dan maakt dit de keten ook inzichtelijk. Het wordt makkelijker voor consumenten om de effecten van de consumptie te zien. En als klanten regelmatig bij de boerderij langs komen dan is het direct zichtbaar als een boer rekening houdt met milieu, natuur en de omgeving. En als hij of zij gif spuit of werknemers uitbuit dan is dat ook snel bekend. Dit maakt certificering door officiële instanties en ‘biomassa-credit-cards’ minder nodig.
Vanwege deze voordelen houden we ons bij ASEED bezig met het promoten van kleinschalige duurzame voedselproductie en -distributie. Daarnaast voeren we campagne tegen de productie en consumptie van vlees en onverantwoorde import van soja voor veevoer.

Verder lezen:
– Nyéléni Europe, Forum voor Voedselsoevereiniteit: http://www.nyeleni2011.net
– Karlshof en de niet-commerciële landbouw: http://www.gegenseitig.de/unsere-pag/projektgruppe-karlshof.html
– De film the Real Dirt on Farmer John: http://www.youtube.com/watch?v=uhMWz1QWQ0g (waar als het goed is die info vandaan komt dat boeren die open zijn over hun boekhouding, meer kunnen vragen?)
– ZukunftsForum Systemwandel, de Oostenrijkse organisatie die zich inzet voor een biomassa-basisinkomen: http://members.chello.at/~zfsnet